Vaccinaties

Vaccinaties gebeuren naargelang de behoefte van het dier en niet zoals bij de commerciële praktijken waarbij elk dier alle mogelijke vaccins toegediend krijgt. Als een hond naar de hondenschool gaat of op pension, dan is het aangeraden (soms verplicht) om een kennelhoest vaccin te geven. Als een dier naar het buitenland gaat, dan is een verplichte vaccinatie tegen hondsdolheid nodig; terwijl dit in België niet meer noodzakelijk is.

Vaccinaties worden toegediend volgens de recente BSAVA richtlijnen (World Small Animal Veterinary Association),waarbij wordt aangeraden om de zogenaamde "core" vaccins om de 3 jaar te gaan toedienen. Dit, in tegenstelling tot vroeger, waarbij elk jaar de volledige vaccin werd toegediend.

De "core" vaccins bij honden:

  • hondenziekte (CDV),
  • hondenadenovirus (CAV) en tegen het
  • hondenparvovirus type2 (CPV-2).

De "core" vaccins bij katten:

  • kattenparvovirus (FPV),
  • feliene calicivirus (FCV)
  • herpesvirus (FHV-1)

Wegens de sterke maternale immuniteit van de pups/kittens, is het vaccinatieschema enigzins wat aangepast, waarbij wordt aangeraden om de laatste toediening van vaccin te geven op 16 weken (voordien was dit 12 weken). Omdat de moederdieren goed gevaccineerd worden, geven ze een bescherming door aan de pups/kittens en zolang deze bescherming bij hen aanwezig is, kunnen de toegediende vaccin bij deze pups onvoldoende aanslaan. Tevens  wordt een herhaling aangeraden na 6 tot 12 maanden; wij gaan de vaccinatie dus herhalen op als de hond 1 jaar is geworden.

Rattenziekte of leptospirose (Ziekte van Weil) is bij ons wel een belangrijke ziekte bij honden om hiertegen te vaccineren, wegens ons klimaat en de frequente regenval. Besmetting gebeurt zelden door rechtstreeks contact met ratten, aangezien dit nachtdieren zijn, maar voornamelijk onrechtstreeks door contact met water, zoals water drinken aan een waterplas of bij het wandelen kunnen leptospiren door de verweekte huid of kleine wonde gemakkelijk penetreren en zo de hond besmetten. De primo vaccinatie gebeurt 2x met een interval van 3 weken en nadien strikt jaarlijks om een degelijke bescherming te kunnen bieden.

Dus, kortom, geven we naargelang de noodzaak een grote of kleine versie bij de hond. De grote versie geven we om de 3 jaar, terwijl een kleine versie wordt gegeven de overige jaren. Zo word je hond voldoende beschermd, zonder overmaat aan vaccins te moeten toedienen!

Nieuw! Betreffende de vaccinatie van leucose bij de kat, die diende voordien jaarlijks te worden gebeuren. Recente richtlijnen zijn: éénmaal de kat 3xd na elkaar gevaccineerd is geworden, mag de leucose vaccin eens worden overgeslagen, zonder dat de bescherming in het gedrang komt!

De vaccinaties worden nauwlettend opgevolgd en je wordt verwittigd dmv een brief of een mail, als een herhaling dient te gebeuren.